Inhoudstabel:

  • Voorwoord V Samenvatting VII Inhoudsopgave XI 1. “Point d’intérêt, point d’action”? Of “Point d’action, point d’intérêt”? 1 1.1. Het procesbelang bij de Raad van State: inleiding 3 1.2. Het recht op toegang tot de rechter als maatstaf 8 2. De invulling van het recht op toegang tot een rechter door het EHRM 13 2.1. Artikel 6.1 EVRM als toetsingsnorm 15 2.1.1. Van het recht op een eerlijk proces naar het recht op toegang tot een rechter voor de beslechting van de grond van de zaak 15 2.1.2. Het toepassingsgebied van artikel 6.1 EVRM 20 2.1.3. Keuzes binnen de rechtspraak over artikel 6.1 EVRM 27 2.2. Toegestane beperkingen op de toegang tot een rechter 29 2.2.1. Inleiding: in concreto-behandeling van impliciet toegestane beperkin- gen 29 2.2.1.1. “Limitations permitted by implication” 29 2.2.1.2. De in concreto-toetsing door het EHRM 30 2.2.2. Het legitiem doel: de goede rechtsbedeling en de rechtszekerheid 33 2.2.3. De proportionaliteit en de essentie van het recht 37 2.2.3.1. De selectie van de rechtspraak 37 2.2.3.2. De essentie van het recht en de proportionaliteit: een moei- lijk onderscheid 41 2.2.4. Elementen die de beoordeling van de proportionaliteit beïnvloeden 44 2.2.4.1. Coherentie, voorspelbaarheid en de essentie van het recht 44 A. De voorspelbaarheid van de rechtspraak 44 B. De voorspelbaarheid van de wetgeving 46 C. De coherentie van het rechtssysteem 48 D. Conclusie 50 2.2.4.2. De organisatie van de rechterlijke macht: beroepsmogelijk- heden en alternatieven 51 2.2.4.3. De haalbaarheid van een procedurevoorwaarde 56 A. De invloed van de feitelijke omstandigheden op de haalbaarheid van een ontvankelijkheidsvoorwaarde 56 B. De invloed van de (administratie van de) rechtbank op de haalbaarheid van een ontvankelijkheidsvoorwaarde 58 C. De invloed van de tegenpartij op de haalbaarheid van een ontvankelijkheidsvoorwaarde 62 D. A contrario: de houding van de verzoekende partij 66 2.3. Conclusie 69 3. De invulling van de belangvereiste door de Raad van State in het annulatiecontentieux 71 3.1. Methodologie 73 inhoudsopgave Procesbelang.indb 11 23/09/19 15:39 XII INHOUDSOPGAVE 3.1.1. Noden op basis van de rechtspraak van het EHRM en de bestaande rechtsleer 73 3.1.2. De inhoudsanalyse: een introductie 84 3.2. Resultaten 88 3.2.1. Back to basics: twee grote basisexcepties 88 3.2.2. Het oorzakelijk verband tussen het nadeel en de bestuurshandeling 89 3.2.2.1. Inleiding 89 3.2.2.2. De impact van een externe factor op het oorzakelijk verband 92 A. Vóór het indienen van het verzoekschrift 92 1° De bestaande rechtstoestand en voldongen feiten 92 a. Bestaande vergunningen allerhande en de hoe- danigheid van omwonende 92 b. Het contract en de hoedanigheid van inschrij- ver bij een overheidsopdracht 99 2° De gebonden bevoegdheid als werkelijke oorzaak van het nadeel 103 3° Impliciete en expliciete weigeringsbeslissingen 112 4° Conclusie 117 B. Na het indienen van het verzoekschrift 118 1° Nieuwe regelgeving en nieuwe gebonden be- voegdheden 118 2° De rechtsplicht om een bepaalde beslissing te ne- men, nieuwe kansen en het verlies van een sta- tuut 123 3° Ontsnappingsmogelijkheden voor de verzoeker? 131 a. Goed geprobeerd: schadevergoeding voor de gewone rechter én voor de Raad van State 131 b. Het moreel belang als redmiddel voor een se- lecte club 136 4° Timing is of the essence 144 C. Conclusie 145 3.2.2.3. De verzoeker als eigenlijke oorzaak van het nadeel 146 A. Inleiding 146 B. Vóór het indienen van het verzoekschrift 147 1° De berusting of aanvaarding van de bestuurshan- deling 147 2° Het niet betwisten van eerdere rechtshandelingen 156 3° Geen kandidatuur, geen hoedanigheid, geen belang 164 4° De onregelmatigheid van de kandidatuur en het oorspronkelijk belang 170 5° Het legitiem belang 174 a. De illegale toestand van de verzoeker 174 b. Het legitiem belang en procesmisbruik 183 C. Tussendoor: het belang bij en van het middel 186 D. Na het indienen van het verzoekschrift 191 1° Van oorzakelijk verband naar subjectief belang, van belang naar belangstelling 191 2° Het gebrek aan belangstelling en het vermoeden van verlies van belang 192 Procesbelang.indb 12 23/09/19 15:39 XIII INHOUDSOPGAVE 3° Van volgehouden belangstelling naar volgehou- den hoedanigheid 199 a. Eens kandidaat, altijd kandidaat? 199 b. De link tussen het moreel belang en het subjec- tief belang 200 c. Te veel van het goede: andere mogelijkheden nastreven kan de verzoeker zuur opbreken 205 4° Het niet (persoonlijk) aanvechten van latere be- stuurshandelingen 209 E. Conclusie 220 3.2.2.4. Conclusie 221 3.2.3. De genoegdoening buiten procedure 225 3.2.3.1. Inleiding 225 3.2.3.2. De belangvereiste als zelfcensuur: de onderwaardering van de herstelmogelijkheden op basis van de vernietiging 228 A. Retroactiviteit als onvolmaakte maatstaf voor de eva- luatie van de genoegdoening 228 1° Abstractie van het retroactief karakter van de ver- nietiging 228 2° De vernietiging in het kader van een andere pro- cedure en de intrekking van de bestuurshande- ling 230 B. Mind the gap: de variabele inschatting van de gevol- gen van een annulatiearrest 235 1° Inleiding 235 2° Het volkomen gebrek van gevolgen tijdens de an- nulatieprocedure: the best case scenario 236 3° Déjà-vu: abstractie van het potentieel materieel voordeel van een schadevergoeding na vernieti- ging 240 4° Déjà-vu: abstractie van het moreel aspect van de genoegdoening 245 5° Abstractie van de mogelijke gevolgen van de ver- nietiging: van mogelijkheid naar verplichting tijdens de annulatieprocedure 250 C. Uitzonderingen: the bigger picture? 257 1° Uit de hand gelopen conflicten en de miskenning van het gezag van gewijsde van eerdere arresten 257 2° Tijdelijke beslissingen 270 3° De openbaarheid van bestuur 275 4° De toewijzing van de kosten als indicatie van een oncomfortabele rechtspraak 280 3.2.3.3. Conclusie 287 3.2.4. Objectivering, automatisering, typisch belang en hoedanigheid 290 3.2.4.1. Typisch belang, typebelang en hoedanigheid 290 3.2.4.2. Tucht en overheidsopdrachten: van hoedanigheid naar nage- noeg onweerlegbaar vermoeden van belang 293 3.2.4.3. De omwonende, de eigenaar en de territoriale afbakening van het belang 296 3.3. Conclusie 308 Procesbelang.indb 13 23/09/19 15:39 XIV INHOUDSOPGAVE 3.4. Het kan keren: evoluties sinds 2016 311 3.4.1. Een eerste stap: de schadevergoeding tot herstel na het verlies van het belang 312 3.4.2. Een tweede stap (en een duwtje in de rug): het arrest-Ronald Vermeu- len 314 3.4.3. De (voorlopige) conclusie: wat valt de verzoeker te verwijten? 316 4. Het alternatief voorstel: het initieel belang als genuanceerde vorm van vereenvoudiging 324 4.1. Versoepeling, vereenvoudiging en het begin van het einde 325 4.1.1. Inleiding 325 4.1.2. Een alternatief voorstel dat inspeelt op de tendens van objectivering en vereenvoudiging 329 4.2. Het initieel belang en het EVRM 331 4.2.1. Rechtszekerheid en voorspelbaarheid 331 4.2.2. De problemen aanpakken wanneer ze zich stellen: de in concreto- appreciatie van de gevolgen van een vernietiging uit het procesbelang tillen 332 4.2.2.1. Het behoud van de gevolgen als een compensatie voor de verwerende en tussenkomende partij? 332 4.2.2.2. De schadevergoeding tot herstel 339 4.2.2.3. Terug naar het legitiem doel: wat met de werklast van de Raad van State? 344 4.2.3 Praktisch: rechtszekerheid en een ommekeer in de rechtspraak 348 4.2.3.1. Het volgehouden belang in de RvS-wet 348 4.2.3.2. Een ommekeer in de rechtspraak: enkele strategische over- wegingen 350 4.2.3.3. Enkele losse eindjes 351 5. Algemene conclusie 353 6. Bibliografie 359 6.1. Boeken en bijdragen in boeken 361 6.2. Bijdragen in tijdschriften 368 6.3. Overige 37

Paginanummer

Nieuwe zoekopdracht

Generic filters
Uitleenbaar
Ja
Nee
Jaartal
Filter by Type
Monografie
Reeks
Tijdschrift