Inhoudstabel:

  • Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . XI
  • Deel I . De gewone en plaatsvervangende personeelsafgevaardigden en de
  • niet-verkozen kandidaten in de ondernemingsraad en het comité voor
  • preventie en bescherming op het werk ................................. 1
  • Hoofdstuk 1. Draagwijdte van de bescherming ............................ 3
  • Afdeling I. Algemeenheden ..................................... 3
  • Afdeling II. Beschermingsregeling en openbare orde .................... 4
  • Afdeling III. De beperking van het ontslagrecht ........................ 5
  • 1. Begrip ontslag ....................................... 6
  • 2. Andere wijzen om de arbeidsovereenkomst te beëindigen ........ 11
  • Afdeling IV. Beperking van het recht van overplaatsing ................... 19
  • Afdeling V. Noch nadelen, noch bijzondere voordelen ................... 20
  • Hoofdstuk 2. Ontstaan en voorwaarden voor de bescherming ................. 24
  • Afdeling I. Voorwaarden om de bescherming te genieten ................. 25
  • Afdeling II. Ontstaan van de bescherming – Occulte bescherming – Betwisting
  • van een kandidatuur van een tijdens de occulte
  • beschermingsperiode ontslagen werknemer .................. 35
  • Hoofdstuk 3. Wie kan de bescherming genieten? ........................... 41
  • Afdeling I. De personeelsafgevaardigden en de kandidaat en niet-verkozen
  • kandidaten ......................................... 41
  • Afdeling II. Bijzondere gevallen ................................... 41
  • 1. Intrekking van de kandidatuur ........................... 41
  • 2. Stopzetting van de verkiezingsprocedure .................... 42
  • 3. Nietigverklaring van de verkiezingen ...................... 42
  • Afdeling III. De vakbondsafgevaardigden in de ondernemingen die niet over
  • een comité voor preventie en bescherming op werk beschikken .... 42
  • Afdeling IV. Europese mandaten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44
  • Afdeling V. Het lot van de ‘conventionele’ vertegenwoordigers ............. 44
  • Hoofdstuk 4. Duur en einde van de bescherming .......................... 48
  • Afdeling I. Beschermingsperiode – Principe .......................... 48
  • 1. De gewone en plaatsvervangende leden in de ondernemingsraad
  • en in het comité voor preventie en bescherming op het werk ...... 48
  • 2. De kandidaat-personeelsafgevaardigden .................... 52
  • Afdeling II. Uitzonderingen ...................................... 58
  • 1. Vervroegd einde van de beschermingsperiode ................ 58
  • Gemeenschappelijke bepaling ......................... 58
  • Personeelsafgevaardigde – Verlies van het mandaat, verlies
  • van de bescherming? ............................... 60
  • Verzaking aan de bescherming? ........................ 74
  • 2. Verlenging van de beschermingsperiode .................... 74
  • Gemeenschappelijke bepalingen ....................... 74
  • Kandidaat die personeelsafgevaardigde wordt .............. 75
  • Hoofdstuk 5. Ontslag wegens dringende reden ............................ 76
  • Afdeling I. Begrippen .......................................... 76
  • 1. Voorafgaande erkenning door de arbeidsgerechten . . . . . . . . . . . . . 76
  • 2. Begrip dringende reden en feiten die verband houden met de
  • uitoefening van het mandaat ............................. 78
  • Afdeling II. Procedure voor de arbeidsgerechten ....................... 89
  • 1. Gevallen waarin de procedure moet worden nageleefd .......... 89
  • Bescherming tijdens de ‘occulte periode’ ................. 89
  • Ontvankelijkheid van een gerechtelijke procedure tot
  • aanvaarding van de dringende reden ..................... 91
  • 2. Verloop van de procedure ............................... 94
  • 3. Informatie-, onderhandelings- en verzoeningsfase ............. 94
  • Informatie van de werknemer, zijn vakorganisatie en de
  • voorzitter van de arbeidsrechtbank ...................... 94
  • Onderhandelingsperiode – Eerste verschijning voor de
  • arbeidsrechtbank .................................. 126
  • Verzoeningspoging – Tweede verschijning voor de voorzitter
  • van de arbeidsrechtbank ............................. 128
  • 4. Geschilfase ......................................... 129
  • Aanhangigmaking, volgens de vormen van een kort geding,
  • bij de voorzitter van de arbeidsrechtbank via dagvaarding –
  • Nieuwe verzoeningspoging ........................... 129
  • Vaststelling van de termijnen voor het neerleggen van de
  • stukken en de conclusies ............................. 137
  • Verloop van de procedure en het vonnis .................. 138
  • Beroep tegen het vonnis ............................. 139
  • Machtiging tot ontslag .............................. 144
  • Voorziening in cassatie .............................. 147
  • Procedure – Gemeenschappelijke bepalingen ............. 148
  • Afdeling III. Lot van de arbeidsovereenkomst tijdens de procedure ........... 149
  • 1. De personeelsafgevaardigde ............................. 150
  • 2. De kandidaat-personeelsafgevaardigde ..................... 157
  • 3. Schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst ........ 158
  • 4. Quid ingeval de werkgever tot de onmiddellijke schorsing van
  • de uitvoering van de arbeidsovereenkomst overgaat, zonder de
  • beschikking of de datum van de dagvaarding af te wachten? ...... 160
  • 5. Schorsing in onderling akkoord .......................... 161
  • 6. Voorziening in cassatie ................................ 162
  • Afdeling IV. Verbreking door de werknemer tijdens de procedure ............ 163
  • Afdeling V. Schema ........................................... 164
  • Hoofdstuk 6. Ontslag wegens economische of technische redenen ............... 165
  • Afdeling I. Procedure voor het bevoegd paritair orgaan .................. 165
  • 1. Algemene voorwaarden ................................ 165
  • 2. Aanhangigmaking bij het paritair orgaan in geval van
  • faillissement? ....................................... 166
  • 3. Geldigheid van de aanhangigmaking bij het paritair orgaan ....... 173
  • Afdeling II. De procedure gevolgd bij het paritair orgaan ................. 176
  • 1. Verschillende hypothesen ............................... 176
  • 2. Beroep tegen de beslissing van het paritair orgaan ............. 177
  • 3. Procedure van toepassing bij ontstentenis van een beslissing ...... 180
  • Afdeling III. Begrip sluiting van onderneming of afdeling van onderneming,
  • van ontslag van een welbepaalde personeelscategorie
  • en procedures ....................................... 182
  • 1. Sluiting van de onderneming of een afdeling van de onderneming ... 182
  • Begrippen ....................................... 182
  • Procedure ....................................... 193
  • 2. Ontslag van een welbepaalde personeelsgroep ................ 194
  • Begrip .......................................... 194
  • Procedure ....................................... 198
  • Afdeling IV. Beoordelingsbevoegdheid .............................. 200
  • Afdeling V. Schema ........................................... 203
  • Hoofdstuk 8. Sancties in geval van onregelmatig ontslag ..................... 203
  • Afdeling I. De aanvraag tot re-integratie ............................. 203
  • 1. Wie moet de re-integratie vragen en aan wie? ................ 205
  • 2. Vormen ........................................... 207
  • 3. Termijn ........................................... 208
  • 4. Voorwaarden ........................................ 210
  • 5. Gevolgen .......................................... 215
  • Afdeling II. De beschermingsvergoedingen ........................... 216
  • 1. Bedrag van de beschermingsvergoedingen ................... 216
  • Vaste vergoeding .................................. 216
  • Variabele vergoeding ............................... 218
  • 2. Verschillende hypothesen ............................... 220
  • 3. Berekeningsbasis van de beschermingsvergoedingen ........... 222
  • 4. Aard van de beschermingsvergoedingen .................... 223
  • 5. Het openbareordekarakter van de beschermingsvergoedingen –
  • Mogelijkheid tot verzaking .............................. 224
  • 6. Verjaring van de beschermingsvergoedingen ................. 234
  • 7. Cumulatie van de beschermingsvergoedingen met andere
  • vergoedingen ....................................... 234
  • Verboden cumulatie ................................ 234
  • Toegestane cumulatie ............................... 236
  • 8. Rechtsmisbruik bij het vorderen van de beschermingsvergoeding? . . 241
 
  • Deel II . De leden van de vakbondsafvaardiging ........................... 245
  • Hoofdstuk 1. Draagwijdte van de bescherming ............................ 247
  • Afdeling I. Bron van de bescherming ............................... 247
  • Afdeling II. Overzicht van de beschermingsregeling ..................... 248
  • Afdeling III. Vakbondsafvaardiging in ondernemingen die niet over een
  • comité voor preventie en bescherming op het werk beschikken .... 249
  • 1. Situatie vóór de wet van 4 augustus 1996 .................... 249
  • 2. Situatie na de wet van 4 augustus 1996 ..................... 250
  • Hoofdstuk 2. Wie kan de bescherming genieten? ........................... 255
  • Afdeling I. De gewone vakbondsafgevaardigde ........................ 256
  • Afdeling II. De plaatsvervangende vakbondsafgevaardigde ................ 256
  • Hoofdstuk 3. Duur van de bescherming ................................. 258
  • Afdeling I. Aanvang ........................................... 258
  • Afdeling II. Duur en einde van de bescherming ........................ 258
  • Hoofdstuk 4. Ontslagprocedure ....................................... 259
  • Afdeling I. Ontslag om dringende reden ............................. 260
  • Afdeling II. Overige gevallen ..................................... 261
  • Hoofdstuk 5. Sancties in geval van onregelmatig ontslag ..................... 262
  • Afdeling I. De forfaitaire vergoeding ............................... 262
  • 1. Bedrag ............................................ 262
  • 2. Berekeningsbasis ..................................... 262
  • 3. Cumul ............................................ 262
  • 4. Fiscaal en parafiscaal statuut ............................ 262
  • Afdeling II. Gevallen waarin de vergoeding verschuldigd is ............... 263
  • 1. Ontslag om dringende reden ............................. 263
  • 2. Zware fout van de werkgever ............................ 264
  • 3. In alle andere gevallen van ontslag ........................ 264
  • Bibliografie ..................................................... 267

Paginanummer

Nieuwe zoekopdracht

Generic filters
Uitleenbaar
Ja
Nee
Jaartal
Filter by Type
Monografie
Reeks
Tijdschrift